Pestprotocol
(onderdeel van het veiligheidsplan)
Bijgesteld: Schooljaar 2025-2026
Montessorischool de Vleugel - Mozartplantsoen 1 - 3438 AG Nieuwegein - tel: 030-6045789
info@devleugel.net - www.devleugel.net
Inhoudsopgave
1.Pestprotocol van Montessorischool de Vleugel 2
1.2 Voorwaarden 2
1.3 Het doel van dit pestprotocol 2
2. Plagen of pesten? 3
2.1 Het verschil tussen plagen en pesten 3
2.2 Het probleem dat pesten heet 4
2.3 Onze integrale aanpak: Vreedzaam en Klassenkracht 4
2.4 Wat betekent dit? 4
2.5 Hoe het proces van mediatoren werkt 5
2.6 Verslaglegging en hoe brengen wij ouders op de hoogte? 5
3. Signalen 6
3.1 Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn 6
3.2 Probleemgedrag en signalen van gedragingen 6
3.3 Categorieën van zorgwekkende signalen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar 7
4. Pestgedrag 7
4.1 Waarom kunnen leerlingen gaan pesten? 7
4.2 Regels en aanpak om pesten te voorkomen 8
4.3 Aanpak bij aanhoudend of onderhuids pesten 9
4.4 Algemene schoolregels die voor iedereen gelden 9
4.5 Groepsregels en de groepsmissie 9
4.6 Begeleiding van een groep waarin gepest wordt 10
4.7 Begeleiden van de gepeste leerling 10
4.8 Begeleiden van de pester 11
4.9 Online pesten en bureau Halt 11
5. Tips voor ouder(s) en verzorger(s) 12
5.1 Ouders van het gepeste kind 12
5.2 Ouders van de pester 12
5.3 Alle andere ouders 12
6. Contact 12
1. Pestprotocol van Montessorischool de Vleugel
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien
en op onze school serieus aandacht aan besteden. Daar zijn enkele voorwaarden aan verbonden:
1.2 Voorwaarden
- Pesten moet als probleem worden gezien door alle betrokken partijen: leerlingen (gepeste
kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna
genoemd: ouders).
- De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of
niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden
gemaakt waarna met hen regels worden vastgesteld.
- Als pesten optreedt moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen
signaleren en duidelijk stelling nemen.
- Wanneer pesten ondanks alle inspanningen de kop opsteekt, moet de school beschikken
over een directe aanpak.
- Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het
gewenste resultaat oplevert, dan is de inschakeling van een intern contactpersoon nodig.
De intern contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het
bevoegd gezag adviseren.
- Op onze school zijn twee interne contactpersonen aangesteld; Daniëlle van der Geer,
leerkracht van groep 3-4-5 paars en bij belangenverstrengeling: Sabine de Vroome,
leerkracht groep 7-8 rood
- Op school is onze anti-pestcoördinator: Sabine de Vroome, leerkracht groep 7-8
1.3 Het doel van dit pestprotocol
Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen zodat zij zich optimaal
kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken zichtbaar te maken, kunnen kinderen en volwassenen,
als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken. Door
elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met
veel plezier naar school te gaan. De leerkrachten en de MR onderschrijven gezamenlijk dit protocol.
2. Plagen of pesten?
2.1 Het verschil tussen plagen en pesten
Plagen - Pesten
1. Gebeurt spontaan - 1. Gebeurt met opzet: de pestkop weet vooraf wie
hij/ zij zal pesten en op welke manier
2. Heeft geen kwade bijbedoeling. - 2. Wil iemand bewust kwetsen of kleineren.
3. Duurt niet lang, gebeurt niet vaak. - 3. Kan lang blijven duren, gebeurt meer dan eens en
regelmatig. Het houdt niet vanzelf op.
4. Speelt zich af tussen gelijken. - 4. De strijd is ongelijk, de pestkop heeft altijd de
bovenhand. De pestkop voelt zich machtig als het slachtoffer zich machteloos voelt.
5. Is meestal te verdragen of zelfs - 5. De pestkop heeft geen positieve bedoeling, wil
plezierig, maar kan soms ook kwetsen. pijn doen, vernielen of kwetsen.
6. Is meestal 1 tegen 1. - 6. Meestal een groep tegenover 1 slachtoffer.
7. De rollen liggen niet vast. - 7. Heeft een vaste structuur. De pestkoppen zijn
meestal dezelfden en de slachtoffers ook.
Als de slachtoffers wegvallen, kan de pestkop wel op
zoek gaan naar een ander slachtoffer.
8. De eventuele pijn is draaglijk. - 8. Als er niet op tijd iets aan wordt gedaan, kunnen
de lichamelijke en geestelijke gevolgen ingrijpend
zijn en lang nawerken.
9. De vriendschap wordt hervat. - 9. Het is niet makkelijk om na het pesten een goede
relatie op te bouwen.
10. Het blijft lid van de groep. - 10. Het gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich
eenzaam en voelt dat hij/ zij niet meer bij de groep
hoort.
11. De sfeer in de groep blijft goed. - 11. Het geeft een dreigend, onveilig gevoel in de
groep. Iedereen is angstig omdat ze bang zijn de
de volgende te zijn die gepest zal worden.
2.2 Het probleem dat pesten heet
De piek van het pesten ligt tussen de 11 en 13 jaar, maar ook in lagere en hogere groepen wordt er
gepest. Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is
beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan
werken. Bron: Pestgedrag heeft een piek rond 12 jaar, maar is van alle leeftijden | Stop Pesten NU
2.3 Onze integrale aanpak; Vreedzaam en Klassenkracht
Vreedzaam: Onze school werkt met de methode Vreedzaam. Hoewel dit een breed programma is
voor sociale competenties en burgerschap, vormt het de basis van onze aanpak tegen pesten. Door
wekelijks aandacht te besteden aan democratische waarden, conflictoplossing en onderling respect,
creëren we een klimaat waarin pestgedrag minder kans krijgt. Vreedzaam is hiermee onze
structurele, preventieve laag die ervoor zorgt dat we niet slechts eenmalig een 'pestproject' doen,
maar het hele jaar door werken aan een veilige groep.
Klassenkracht: Naast onze basisstructuur met de methode Vreedzaam, investeren wij continu in
specialistische kennis om de sociale veiligheid te waarborgen. Onze anti-pestcoördinator volgt
momenteel de opleiding KlassenKracht. Deze methodiek richt zich specifiek op het begeleiden van
groepsdynamische processen in de klas.
Het doel van KlassenKracht is om van een losse groep leerlingen een sociaal veilige en hechte
eenheid te maken. Door deze expertise in huis te hebben, kunnen we als school nog sneller en
effectiever bijsturen wanneer de sfeer in een groep negatief dreigt te veranderen. De focus ligt hierbij
op het versterken van de 'groepskracht' en het ondersteunen van de leerkracht bij het creëren van
een klimaat waarin pestgedrag geen ruimte krijgt om te groeien.
2.4 Wat betekent dit?
- Proactieve preventie: Door te leren over conflicthantering, communicatie en het belang van
verschillen, wordt een sfeer gecreëerd waarin pesten minder snel ontstaat.
- Sociale competenties: Kinderen ontwikkelen vaardigheden om zich in te leven in anderen,
problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te nemen voor hun gemeenschap.
- Schoolbreed: De methodes Vreedzaam en Klassenkracht werken in de hele school, van klas
tot plein, en betrekken alle leerlingen bij het creëren van een veilige omgeving.
- Mediatoren: Bij de methode Vreedzaam worden leerlingen uit de bovenbouw opgeleid tot
mediator. Zij kunnen als een neutrale, onafhankelijke bemiddelaar helpen om conflicten
tussen medeleerlingen op te lossen. De mediator oordeelt niet, maar helpt de partijen door
goed te luisteren en de kern van het probleem te achterhalen. Door de leerlingen naar een
eigen constructieve oplossing te begeleiden leren zij verantwoordelijkheid te nemen voor
hun eigen sfeer en het samenleven in de klas of daarbuiten.
2.5 Hoe het proces van mediatoren werkt:
1. Opleiding: Leerlingen uit de bovenbouw krijgen een speciale training om mediator te
worden, waarin ze leren neutraal te blijven, actief te luisteren en te focussen op de belangen
van beide partijen.
2. Aanvraag: Als leerlingen zelf niet uit een conflict komen (bijvoorbeeld tijdens het buiten
spelen bij de groepen 3 t/m 8) kunnen ze hulp inroepen van de mediatoren, die herkenbaar
zijn aan hesjes.
3. Bemiddeling: De mediator begeleidt de leerlingen in een gesprek. Belangrijk is dat de
mediator de partijen niet vertelt wat ze moeten doen, maar hen helpt de communicatie te
verbeteren en de oorzaak van het conflict te begrijpen. Dit doen zij door een stappenplan te
volgen.
4. Afspraken maken: Het doel is dat de betrokken kinderen zelf afspraken maken over hoe ze
het in de toekomst gaan oplossen. De mediator zorgt ervoor dat dit proces veilig en succesvol
verloopt.
5. Leerkracht ondersteunt: Er is altijd een leerkracht in de buurt om ondersteuning te bieden
als dat nodig is, maar de kinderen voeren zelf de regie over de oplossing.
Doelen:
- Zelfredzaamheid: Kinderen leren conflicten zelfstandig op te lossen.
- Verantwoordelijkheid: Ze nemen verantwoordelijkheid voor het schoolklimaat en een
positieve sfeer.
- Burgerschap: Het is een oefenplaats voor burgerschap en sociale vaardigheden die
ook buiten school van pas komen.
2.6 Verslaglegging en hoe brengen wij ouders op de hoogte?
Het voorbeeld van de leerkracht (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest
worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen
worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief
gedrag van leerkrachten, ouders en leerlingen wordt niet geaccepteerd.
Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen. Een effectieve methode
om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.
Deze regels hangen zichtbaar in de groep ( zie paragraaf 4.5).
3. Signalen
3.1 Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:
Pesten is niet altijd direct zichtbaar. Het kan variëren van subtiele uitsluiting tot fysieke confrontaties.
Signalen waar wij alert op zijn, zijn onder andere:
Verbale en sociale signalen:
Structurele bijnamen: Iemand stelselmatig aanspreken met een bijnaam in plaats van zijn of haar
eigen naam.
Kwetsende taal: Schelden, schreeuwen, beledigen of voortdurend "grappige" opmerkingen maken
over iemands uiterlijk of kleding.
Ondermijning: Een klasgenoot systematisch overal de schuld van geven of briefjes over iemand
rondsturen.
Isolatie: Een leerling bewust negeren of buitensluiten van de groep.
Fysieke signalen en bezit
Intimidatie buiten school: Iemand opwachten na schooltijd, achtervolgen op weg naar huis of zelfs
langs het huis van het slachtoffer gaan.
Fysiek geweld: Slaan, schoppen of op een andere manier lichamelijk pijn doen.
Eigendommen: Het afpakken, verstoppen of vernielen van spullen.
Online en structurele kenmerken
Cyberpesten: Het verspreiden van bovenstaande signalen via WhatsApp, e-mail of sociale media.
Herhaling: Het belangrijkste kenmerk van pesten is dat deze gedragingen systematisch en
herhaaldelijk plaatsvinden door dezelfde persoon of groep, gericht op hetzelfde slachtoffer.
3.2 Probleemgedrag en signalen van gedragingen
Hoewel de onderstaande categorieën (zie paragraaf 3.3) een waardevol kader bieden, is het
belangrijk om te onthouden dat deze lijst slechts een globale richtlijn vormt en zeker niet als volledig
beschouwd moet worden. De werkelijkheid is vaak complexer dan een opsomming kan vatten.
In de interpretatie hiervan is nuance essentieel. Sommige items op de lijst vormen op zichzelf al een
direct probleem of zelfs een delict, waarbij onmiddellijke actie vereist is. Andere punten zijn minder
eenduidig; er zijn zaken die op zichzelf staand nog geen aanleiding hoeven te geven om je direct
ongerust te maken.
De kern van de zorg ligt echter vaak in het grotere geheel. Juist een combinatie van meerdere items
kan het signaal zijn dat er meer aan de hand is, waardoor een verhoogde waakzaamheid of nader
onderzoek noodzakelijk wordt.
3.3 Categorieën van zorgwekkende signalen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar.
Gedrag en autoriteit
Grensoverschrijdend gedrag: Ernstige ongehoorzaamheid, autoriteitsconflicten en het hebben van
afwijkende ideeën over wat wel en niet mag.
Houding tegenover gezag: Onverschilligheid naar leerkrachten, ouderen, ouders; liegen bij het
aangaan van gesprekken.
Schoolhouding: Spijbelgedrag, een negatieve instelling, slechte motivatie en tegenvallende
schoolresultaten.
Agressie en delicten
Externaliserend gedrag: Agressie naar andere kinderen of leerkrachten, het oplossen van problemen
met geweld, en betrokkenheid bij pesten (als dader of slachtoffer).
Vandalisme en diefstal: Vernielingen plegen, (kleine) diefstallen en impulsief gedrag zoals
brandstichting.
Risicogedrag: Uitdagend gedrag naar kinderen en volwassenen.
Sociaal-emotioneel welzijn
Zelfbeeld en angst: Een laag zelfbeeld, overmatige stressgevoeligheid, angstgevoelens en niet alleen
durven zijn.
Sociaal isolement: Weinig vrienden hebben, zich eenzaam voelen of een gebrek aan steun ervaren.
Ernstige zorgen: Veel praten over de dood of de wens om dood te willen.
Gezinsdynamiek: Veel conflicten binnen het gezin en weglopen van huis.
Algemene afwijkingen
Verandering in patronen: Gedrag dat duidelijk afwijkt van wat voor het kind, de leeftijd en de
specifieke situatie normaal is, inclusief veelvuldig liegen.
Deze lijst is slechts een startpunt en kan verder worden aangevuld, aangezien de vindingrijkheid van
zowel volwassenen als leerlingen in de praktijk onbegrensd is. Het is daarom belangrijk dat
leerkrachten en ouders alert blijven op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan. Zodra gedrag
de afgesproken normen overschrijdt, moet er duidelijk worden opgetreden. Voor een goede
samenwerking is het bovendien essentieel dat de schoolregels helder worden gecommuniceerd naar
de ouders.
4. Pestgedrag
4.1 Waarom kunnen leerlingen gaan pesten?
Pesten ontstaat meestal niet zomaar; er is vaak een reden voor het gedrag van een leerling. Soms
komt dit door een lastige situatie thuis, waardoor een leerling de spanning op school afreageert. Ook
in de klas kunnen dingen misgaan. Als een leerling zich niet gezien voelt of het gevoel heeft dat hij er
niet bij hoort, kan hij zich op een vervelende manier gaan bewijzen.
Daarnaast speelt de sfeer in de groep een grote rol. Denk aan een klas waar leerlingen voortdurend
de strijd met elkaar aangaan om de baas te zijn of waar ze altijd met elkaar moeten wedijveren.
Wanneer een leerling dan ook nog steeds in een rol wordt geduwd die niet bij hem past, kan dit
leiden tot pestgedrag.
4.2 Regels en aanpak om pesten te voorkomen
Binnen onze school hanteren wij de volgende uitgangspunten en stappen om een veilige
leeromgeving te waarborgen. Hierbij staat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van leerlingen,
leerkrachten en ouders centraal.
De basisregels
Hulp vragen mag altijd: Als je wordt gepest of een ruzie niet zelf kunt oplossen, vraag je hulp aan de
leerkracht. Dit is geen 'klikken', maar 'klagen'. Bij klikken is het doel dat de ander straf krijgt; bij
klagen vraag je hulp om ongewenst gedrag te laten stoppen.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid: De leerkracht vertoont voorbeeldgedrag en spreekt leerlingen
aan op pestgedrag. Alle leerlingen zijn verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep. Het is de
taak van medeleerlingen om pestproblemen bij de leerkracht aan te kaarten als zij deze signaleren.
Samenwerken met grenzen: School en ouders werken nauw samen en communiceren open met
elkaar. Het is echter niet de bedoeling dat ouders zelfstandig problemen tussen kinderen op school
proberen op te lossen. De regie ligt bij de leerkrachten en directie, die in overleg treden met de
betrokken ouders.
De aanpak in 6 stappen
Wanneer er sprake is van ruzie of pestgedrag, volgen wij dit stappenplan:
Stap 1: Zelf oplossen
Leerlingen gaan eerst met elkaar in gesprek om te proberen het conflict samen op te lossen.
Stap 2: Hulp inschakelen
Als een leerling er zelf niet uitkomt kan het de hulp inroepen van de mediatoren of de leerkracht.
Belandt de leerling in een kwetsbare positie (als zondebok), heeft hij of zij het recht én de plicht om
dit bij de leerkracht te melden.
Stap 3: Verhelderingsgesprek
De leerkracht brengt de partijen samen voor een gesprek om de situatie te verhelderen. Er worden
nieuwe afspraken gemaakt om de ruzie of pesterijen te stoppen.
Stap 4: Stellingname en reflectie
Bij herhaling neemt de leerkracht duidelijk stelling in een bestraffend gesprek. De leerling die pest of
ruzie zoekt, vult een reflectieformulier in: het Oeps-formulier (middenbouw) of het Switchformulier
(bovenbouw). Hierbij horen passende sancties.
Stap 5: Ouders informeren
De ouders van de betrokken leerlingen worden op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor een
gesprek op school. Het verslag van dit gesprek wordt vastgelegd in ParnasSys.
Stap 6: Betrokkenheid directie
Mocht het gedrag na de bovenstaande cyclus aanhouden, dan wordt de directeur ingeschakeld. Er
volgt een tweede gesprek met de ouders waarbij de directeur aanwezig is. Samen met de leerkracht
en alle betrokken ouders wordt gezocht naar een definitieve oplossing.
N.B. De leerkracht biedt altijd actieve hulp aan de gepeste leerling en begeleidt de pester in
het proces naar gedragsverandering. Indien nodig gebeurt dit in overleg met de ouders en/of
externe deskundigen. Er kan ook hulp geboden worden aan de omstanders.
4.3 Aanpak bij aanhoudend of onderhuids pesten
Wanneer een leerkracht vermoedt dat er sprake is van onderhuids pesten, wordt dit eerst als
algemeen onderwerp in de groep besproken om de situatie bespreekbaar te maken. Als het pesten
echter duidelijk zichtbaar is of wordt gemeld door leerlingen, en de stappen 1 t/m 6 in paragraaf 4.2
bieden geen oplossing, dan volgt een intensiever traject.
De leerkracht neemt hierbij een duidelijk standpunt in. De aanpak is verdeeld in vier fasen, waarbij
de ernst van de maatregelen toeneemt als het gedrag van de pester niet verbetert:
Fase 1: Intensieve begeleiding en verslaglegging
Deze fase borduurt voort op de stappen 4, 5 en 6 van het basisprotocol. Er vindt een gesprek plaats
tussen de ouders, de leerkracht en de leerling (de pester). Hierbij worden concrete afspraken
gemaakt over de gewenste gedragsverandering. Deze afspraken worden wekelijks geëvalueerd en de
voortgang wordt nauwkeurig vastgelegd in ParnasSys.
Fase 2: Directie-interventie en ouderlijke medewerking
Als de eerdere acties geen resultaat opleveren, volgt een gesprek met de directeur, de leerkracht en
de ouders. In deze fase wordt de medewerking van de ouders nadrukkelijk geëist om gezamenlijk een
einde te maken aan het probleem. Alle inspanningen van de school tot dan toe zijn inzichtelijk via de
verslaglegging in ParnasSys.
Fase 3: Externe hulp en herplaatsing
Bij aanhoudend pestgedrag kan de school besluiten om deskundige hulp in te schakelen, zoals de
Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts (GGD) of schoolmaatschappelijk werk. Daarnaast kan de
leerling die pest tijdelijk in een andere groep binnen de school worden geplaatst. In uiterste gevallen
wordt gekeken naar een (tijdelijke) plaatsing op een andere school.
Fase 4: Schorsing of verwijdering
In extreme situaties kan de school overgaan tot schorsing of verwijdering van de leerling. Hiervoor
wordt het officiële 'Protocol Schorsing en/of Verwijdering' van Monton gevolgd. Dit protocol is
beschikbaar op de website en ligt ter inzage bij de directie.
Belangrijke opmerkingen:
Dossieropbouw: Van ieder oudergesprek over pestgedrag wordt een verslag gemaakt door de
leerkracht of directeur.
Excessief gedrag: Bij uitzonderlijk ernstig of gewelddadig gedrag kan de school besluiten direct af te
wijken van dit protocol en een andere route te volgen.
4.4 Algemene schoolregels die voor iedereen gelden:
Deze regels gelden op school en daarbuiten
1. Ik heb respect voor anderen.
2. Ik ben aardig voor anderen.
3. Ik ga netjes om met mijn omgeving en met die van de ander.
4. Ik luister naar anderen.
4.5 Groepsregels en de groepsmissie
Tijdens het begin van het schooljaar, tijdens de gouden weken, maakt de leerkracht met de
leerlingen regels en afspraken voor in de klas. Ook wordt er samen een missie met de groep bedacht.
Deze groepsregels en de missie hangen zichtbaar in de groep en worden door alle leerlingen
ondertekend.
4.6 Begeleiden van de groep waarbinnen wordt gepest
Op onze school beschouwen we pesten niet als een individueel incident, maar als een
groepsprobleem. Iedere leerling heeft invloed op de sfeer en de manier waarop er met elkaar wordt
omgegaan. Daarom richten onze acties zich niet alleen op de direct betrokkenen, maar op de groep
als geheel. Ons doel is om de 'zwijgende middengroep' te activeren en hen te veranderen in
bondgenoten die opkomen voor een veilige sfeer. Hiermee zetten we in op gezamenlijke
verantwoordelijkheid.
Structurele methodieken en expertise:
De methode Vreedzaam: Het structureel inzetten van deze methode voor sociale competenties,
inclusief specifieke oefeningen gericht op positieve groepsvorming.
Specialistische kennis (KlassenKracht): De inzet van een opgeleide specialist die groepsdynamica
doorziet en gericht kan ingrijpen in processen waar pestgedrag dreigt te ontstaan. Hierbij kan de
leerkracht ondersteund en gecoacht worden. Bij ons op school is onze expert Sabine de Vroome.
Externe voorlichting: Jaarlijkse samenwerking met Bureau Halt, bijvoorbeeld voor gerichte uitleg aan
de bovenbouw over de impact en de grenzen van online pesten.
Dialoog en bewustwording in de groep:
Regelmatige bespreekbaarheid: Het onderwerp pesten (en dit protocol) keert regelmatig terug in de
klas, waarbij telkens andere bewoordingen en invalshoeken worden gekozen.
Bezoek in de groep: De interne contactpersoon en de anti-pestcoördinator gaan ieder jaar (voor de
herfstvakantie) op bezoek bij iedere groep om te vertellen wat hun taak is binnen de school en dat
de leerling bij hen terecht kan wanneer zij willen praten over pesten en pestgedrag.
Abstracte benadering: Bij groepsgesprekken wordt het onderwerp als het ware boven de situatie
getild. Door niet een specifieke pestsituatie uit de eigen klas als startpunt te nemen, wordt
voorkomen dat de groep in de verdediging schiet, het probleem bagatelliseert of het slachtoffer de
schuld geeft.
Interactieve werkvormen
Ervaringsgericht leren: Het inzetten van diverse werkvormen, zoals rollenspelen. Hierdoor kunnen
leerlingen aan den lijve ondervinden wat het effect is van buitengesloten worden, wat het
inlevingsvermogen vergroot.
4.7 Begeleiden van de gepeste leerling
Wanneer een leerling wordt gepest, is onze begeleiding gericht op zowel emotionele steun als het
vergroten van de weerbaarheid. We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:
Luisteren zonder oordeel: We tonen medeleven en achterhalen door goed te luisteren hoe, wanneer
en door wie er precies gepest wordt.
Inzicht in de pester: We helpen het kind te begrijpen waarom een ander kind pest, om het gedrag te
demystificeren.
Focus op kracht: We benadrukken de sterke kanten van de leerling om het zelfvertrouwen te
herstellen.
Analyse van de reactie: Samen met de leerling kijken we naar de eigen reactie vóór, tijdens en na het
pesten. We maken het kind ervan bewust dat heftige emoties (zoals huilen of boosheid) vaak precies
de reactie zijn die een pester wil uitlokken.
Oefenen van nieuw gedrag: We zoeken naar alternatieve manieren van reageren en oefenen dit,
bijvoorbeeld door te leren zich niet direct af te zonderen.
Eigen oplossingen: We gaan na welke oplossing de leerling zelf voor ogen heeft en stimuleren een
actieve houding.
Gezonde afstand: We waken ervoor het kind te overbeschermen. Te veel bescherming kan de
uitzonderingspositie van het kind vergroten, wat het pesten soms juist in de hand werkt.
Samenwerking met thuis: We voeren gesprekken met de ouders om de aanpak op school en thuis
op elkaar af te stemmen.
Positieve bekrachtiging: We belonen de leerling met een schouderklopje wanneer hij of zij een
constructieve houding aanneemt.
4.8 Begeleiden van de pester
De begeleiding van de pester is gericht op het nemen van verantwoordelijkheid en het aanleren van
sociaal aanvaardbaar gedrag.
Onderliggende redenen: We gaan in gesprek om de oorzaak van het gedrag te achterhalen (zoals de
behoefte om de baas te zijn, jaloezie, verveling of onzekerheid).
Confrontatie met effect: We laten de leerling inzien wat de gevolgen van zijn of haar gedrag zijn voor
de gepeste. Ook proberen we de pester te laten kijken naar de positieve kanten van de ander.
Herstel: We stimuleren de leerling om oprechte excuses aan te bieden aan de gepeste partij.
Duidelijke norm: We herhalen de basisregel: pesten is op en rond onze school verboden.
Consequenties: We hanteren een systeem van sancties bij pestgedrag, maar belonen de leerling
consequent wanneer hij of zij zich aan de gemaakte afspraken houdt.
Inleving: Ondanks de afkeuring van het gedrag, blijven we ons inleven in het kind achter de pester
om de verbinding niet te verliezen.
Ouderbetrokkenheid: Er vindt intensief contact plaats tussen school en ouders om informatie uit te
wisselen en de voortgang te bespreken.
Vrijetijdsbesteding: Indien passend, adviseren we over sport of clubs waar het kind op een positieve
manier kan ervaren hoe leuk contact met leeftijdsgenoten kan zijn.
Specialistische hulp: Bij aanhoudende problemen schakelen we externe hulp in, zoals een sociale
vaardigheidstraining (SoVa), de jeugdgezondheidszorg of de huisarts.
4.9 Online pesten en bureau Halt!
Online pesten, ook wel cyberpesten genoemd, gebeurt via de smartphone, tablet of computer. Het
gaat bijvoorbeeld om het versturen van gemene berichten, het verspreiden van roddels of het delen
van foto’s om iemand belachelijk te maken. Omdat dit via internet gebeurt, stopt het pesten niet bij
de schooldeur; het kan ook thuis, in de avond of in het weekend doorgaan.
Om onze leerlingen hiertegen te beschermen, besteden wij in de bovenbouw elk jaar uitgebreid
aandacht aan dit onderwerp. Wij nodigen hiervoor medewerkers van bureau Halt uit in de klas. Zij
leggen op een duidelijke manier uit wat online pesten precies is en waar de grens ligt tussen een
grapje en strafbaar gedrag.
Tijdens dit bezoek leren de kinderen wat de gevolgen van hun acties kunnen zijn voor een ander. Ook
krijgen ze tips over wat ze kunnen doen als ze zelf online gepest worden of het bij iemand anders
zien gebeuren. Door hier samen over te praten, zorgen we voor een veiligere sfeer, zowel in de klas
als op internet.
5 Tips voor ouder(s) en verzorger(s)
5.1 Ouders van het gepeste kind
Het is uw kind van groot belang dat de communicatie thuis open blijft; blijf daarom voortdurend met
uw kind in gesprek. Geef hierbij steun en houd vast aan de gedachte dat er een oplossing is en dat er
een einde komt aan het pesten. U kunt het zelfrespect van uw kind versterken door positieve
stimulering en het geven van complimenten. Ook het beoefenen van een sport kan helpen om het
zelfvertrouwen te vergroten.
Wanneer het pesten op school plaatsvindt, adviseren wij u dit direct met de leerkracht te bespreken.
Gebeurt het pesten echter buiten schooltijd op straat of online? Probeer dan contact op te nemen
met de ouders van de pester om het probleem op een rustige manier bespreekbaar te maken.
5.2 Ouders van de pesters
Wanneer u hoort dat uw kind betrokken is bij pesten, is het belangrijk om dit serieus te nemen
zonder in paniek te raken; elk kind kan namelijk in een situatie terechtkomen waarin hij of zij
pestgedrag vertoont. Probeer samen met uw kind achter de oorzaak van dit gedrag te komen en
maak hem of haar gevoelig voor de impact die dit gedrag op anderen heeft.
Extra aandacht en een positieve benadering thuis zijn hierbij essentieel: corrigeer ongewenst gedrag,
maar benoem en beloon juist de momenten waarop uw kind zich goed opstelt. Daarnaast kan het
beoefenen van een sport een gezonde uitlaatklep bieden en bijdragen aan een beter zelfbeeld. Tot
slot helpt u uw kind het meest door eenduidig te zijn: maak duidelijk dat u de aanpak en de
beslissingen van de school volledig steunt.
5.3 Alle andere ouders
Als ouder speelt u een belangrijke rol in het algemene klimaat van de groep. We vragen u daarom om
signalen van andere ouders altijd serieus te nemen en begrip te tonen voor de situatie van een
gepeste leerling. Door zelf het goede voorbeeld te geven in uw omgang met anderen, leert u de
leerling hoe respectvol sociaal contact eruitziet.
6. Contact
Contact kan het best in eerste instantie worden opgenomen met de groepsleerkracht. Dat kan per
e-mail, telefonisch of via een bericht in social schools. Wanneer het gaat om pesten raden we aan om
een afspraak te maken voor een gesprek.
In tweede instantie kunt u ook met de directie contact opnemen: Carola van Meteren e-mail:
directie@devleugel.net
In derde instantie met onze interne contactpersoon Daniëlle vd Geer d.vandergeer@devleugel.net of
de anti-pestcoördinator Sabine de Vroome s.devroome@devleugel.net